Er zijn van die momenten waarop alles nét iets te veel wordt. De klok tikt maar door, je to-do lijstje lijkt op een onkruidveld dat maar blijft groeien, en de stilte in je hoofd is ver te zoeken. En dan… dan is er hojicha. Geen schreeuwende matcha of verfijnde gyokuro, maar een thee die klinkt als een zachte baritonstem in een kamer vol gefluister. Hojicha is rust in geroosterde vorm, een warme gloed voor wie even op adem wil komen. Het is thee die niet probeert te imponeren, maar je uitnodigt om te vertragen. Te zakken in je lijf. En ja, dat proef je.
Wat is hojicha precies en waarin verschilt het van andere Japanse thee?
Hojicha is een Japanse groene thee die opvalt door wat hem anders maakt: hij wordt geroosterd. Waar de meeste groene theesoorten gestoomd worden om oxidatie tegen te gaan, wordt hojicha na het stomen op hoge temperatuur geroosterd in een pan of trommel. Het resultaat? Een warme, aardse, soms zelfs nootachtige smaak die eerder doet denken aan geroosterde kastanjes of een houtvuur dan aan het grasgroene profiel van klassieke sencha of matcha.
Qua uiterlijk is hojicha ook een buitenbeentje. Vergeet de levendige groentinten van andere Japanse theeën; hojicha kleurt bruin, soms zelfs koperachtig. En toch hoort hij helemaal thuis in de familie van de groene theesoorten – want net als de rest is hij gemaakt van de bladeren van de Camellia sinensis. Alleen is zijn pad… net iets meer geblakerd 🌰.
Er zijn trouwens verschillende soorten hojicha. Soms wordt hij gemaakt van bladeren (bancha), soms van stengels en takjes (kukicha), en soms van wat oudere bladeren die normaal minder status hebben in de theewereld. Maar vergis je niet: in de context van hojicha zorgen die ‘lagere’ delen vaak net voor de meest interessante infusies. Roosteren egaliseert sociale klasse in de theewereld, als je het mij vraagt.
De geur van hojicha is als een herinnering aan vroeger
Een van de meest bedwelmende aspecten van hojicha is zijn geur. Open een zakje en je wordt begroet door iets wat ruikt als een mengeling van geroosterd graan, cederhout, en warme karamel. Geen geur die je opdringt, maar wel eentje die blijft hangen. Een beetje zoals het aroma van versgebakken brood in de gang van een grootmoeder waar je al jaren niet meer bent geweest. Het raakt iets. Onverklaarbaar. Emotioneel bijna.
En wanneer je hem opschenkt, ontpopt zich een kop thee met een heldere, amberkleurige infusie. Geen melkachtig schuim zoals bij matcha. Geen fonkelgroene schittering zoals bij gyokuro. Maar eenvoud. Zuiver. Warm. Als een wollen trui in vloeibare vorm. En dat alles met amper cafeïne.
Want inderdaad, door het roosteren daalt het cafeïnegehalte van hojicha aanzienlijk. Wat het meteen een favoriete avondthee maakt in Japan. Zelfs kinderen drinken het daar, zonder dat iemand opkijkt. Hier zou men al snel de wenkbrauwen fronsen bij het idee van een peuter met een kopje thee. Maar in Kyoto? Daar slurpt men het gezamenlijk aan tafel. Geen stress. Geen opwinding. Alleen maar kalmte. ✨
Waarom hojicha het perfecte antwoord is op moderne onrust
Ergens heeft hojicha iets tegendraads. Terwijl we collectief in een cultuur leven die draait om prikkels, snelheid en intensiteit – van onze telefoons tot onze smaakpapillen – is hojicha zacht, mild, bijna timide. En precies daarom raakt hij. In tijden waarin matcha latte de koffiezaken overspoelt als een groene golf van cafeïnekracht, biedt hojicha een tegengeluid: een latte die je niet doet stuiteren, maar zinken.
Zelf merk ik dat ik de neiging heb om naar hojicha te grijpen op momenten waarop ik even moet herijken. Wanneer ik ‘s avonds na een drukke dag mijn schouders wil laten zakken. Of wanneer ik merk dat mijn ademhaling hoog zit, en ik eigenlijk een herinnering nodig heb aan de grond onder mijn voeten. Die herinnering komt dan uit een kopje met dampende hojicha. Rust in vloeibare vorm.
Bovendien is hojicha gastronomisch verrassend veelzijdig. Zijn rokerige profiel leent zich niet enkel voor pure infusie, maar ook voor experimenten in de keuken. Denk aan ijs met hojicha, chocoladetruffels met een infusie van hojicha, of zelfs een sobanoedelgerecht met een lichte hojicha-bouillon. De mogelijkheden zijn eindeloos, als je je smaakpapillen durft te laten afwijken van het gebaande pad.
Hoe zet je hojicha op de juiste manier?
Hojicha is vergevingsgezind. Waar gyokuro zich gedraagt als een divatheesoort die enkel schittert bij exact 50°C, is hojicha een volksthee. Hij vergeeft je als het water iets te heet is. Hij blijft lekker, zelfs als je wat te lang hebt gewacht om de blaadjes eruit te halen. Maar toch: als je hem liefdevol behandelt, schenkt hij je zijn beste gezicht.
Gebruik bij voorkeur water van ongeveer 85°C. Geen kokend water dus, maar ook geen lauwe plons. Laat hem 30 tot 60 seconden trekken – afhankelijk van hoe sterk je hem wil. Een theelepel per kop volstaat. En als je hojicha van stengels hebt (de kukicha-variant), dan mag hij iets langer trekken. Zelf zet ik hem soms in een kleine kyusu (Japanse theepot), maar een gewone glazen theepot of zelfs een mok met theezeef werkt evengoed.
Wat ik zelf erg kan waarderen, is om hojicha een tweede keer op te gieten. De tweede infusie is vaak zachter, subtieler. Bijna zoals een echo van de eerste slok, maar dan met een ander perspectief. Iets wat je eerder niet had opgemerkt, duikt dan op. Een vleugje cacao? Een snufje kaneel? Wie weet. Je proeft anders als je luistert.
Is hojicha een trend of een blijver?
Hoewel hojicha eeuwenoud is, lijkt hij vandaag pas écht opgepikt te worden buiten Japan. In hippe koffiebars in Brussel en Amsterdam duiken hojicha latte’s op – vaak met havermelk of sojamelk – als alternatief voor de alomtegenwoordige matcha. En hoewel het verleidelijk is om dit af te doen als de volgende foodhype, geloof ik dat hojicha meer is dan dat.
Hojicha is traag. En in een cultuur die steeds sneller lijkt te draaien, is traag iets wat we opnieuw moeten leren. Of mogen leren. Het is thee die je niet naar je werk jaagt, maar je uitnodigt om even vijf minuten met je voeten op de vloer te zitten. Om te ruiken. Te proeven. En je te realiseren: ik ben hier. En het is genoeg.
En misschien is dat wel het mooiste van hojicha. Dat hij je niet omver blaast, maar langzaam inwikkelt. Niet omdat hij spectaculair wil zijn, maar omdat hij je zachtjes meeneemt naar waar je eigenlijk al was. En soms, heel soms, is dat precies wat nodig is 🫖.
